Waarom ‘real assets’ stilletjes aan een comeback maken
- Shernel Thielman

- 10 feb
- 2 minuten om te lezen
Na jaren waarin financiële markten werden gedomineerd door technologie, groeiverhalen en digitale concepten, tekent zich geleidelijk een verschuiving af. Steeds meer aandacht gaat uit naar tastbare, productieve bezittingen. Denk aan energie, infrastructuur, grondstoffen, landbouwgrond en vastgoed met economische functie. Deze zogeheten real assets maken stilletjes aan een comeback.
Die ontwikkeling is geen toeval. De wereldeconomie bevindt zich in een fase waarin leveringszekerheid, strategische autonomie en fysieke productiecapaciteit opnieuw centraal staan. Landen willen minder afhankelijk zijn van verre leveranciers voor essentiële materialen zoals koper, lithium, nikkel en zeldzame aardmetalen. Tegelijkertijd groeit de vraag naar elektriciteit, transportinfrastructuur, datacenters en energieopslag door elektrificatie en digitalisering.
Real assets vormen de basis van deze transformatie. Zonder grondstoffen geen batterijen. Zonder energie geen industrie. Zonder infrastructuur geen economische groei. Het zijn geen modieuze trends, maar fundamentele bouwstenen van de economie.
Wat deze categorie beleggingen aantrekkelijk maakt, is hun vermogen om waarde te behouden over lange perioden. Real assets vertegenwoordigen fysieke capaciteit die moeilijk te repliceren is. Een goed gelegen elektriciteitsnet, een kwalitatieve mijn of een pijpleiding kan niet zomaar worden gekopieerd. Dit creëert natuurlijke schaarste en daarmee vaak prijszettingsmacht.
Historisch gezien hebben real assets ook een belangrijke rol gespeeld in het beschermen van koopkracht. In omgevingen met inflatie, geopolitieke spanningen of verstoringen in handelsketens blijken tastbare bezittingen doorgaans beter in staat hun waarde te behouden dan puur financiële claims.
Daarnaast genereren veel real assets voorspelbare kasstromen. Infrastructuurprojecten werken vaak met langlopende contracten. Energiebedrijven verkopen een essentieel product dat altijd nodig blijft. Grondstoffenproducenten leveren materialen die diep verweven zijn met economische activiteit. Dit zorgt voor inkomsten die minder afhankelijk zijn van economische sentimenten.
Voor beleggers betekent dit niet dat alles wat tastbaar is automatisch een goede investering is. Kwaliteit, balanssterkte, kostenstructuur en management blijven doorslaggevend. Maar de bredere beweging richting het herwaarderen van productieve bezittingen is duidelijk zichtbaar.
Waar eerdere jaren vooral draaiden om verwachtingen over verre toekomstgroei, verschuift de aandacht nu naar bedrijven die vandaag al waarde creëren. Ondernemingen met echte activa, echte klanten en echte kasstromen.
Deze ontwikkeling markeert geen einde van innovatie, maar wel een herwaardering van economische realiteit. Innovatie heeft altijd fysieke input nodig. Achter elke technologische doorbraak schuilen metalen, energie, machines en logistiek.
In die zin is de hernieuwde belangstelling voor real assets geen modegril, maar een terugkeer naar economische basisprincipes. Voor lange termijn beleggers kan dat een gunstig uitgangspunt vormen.
Disclaimer
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen beleggingsadvies, aanbod of aanbeveling tot het kopen of verkopen van financiële instrumenten. Beleggen brengt risico’s met zich mee, waaronder het mogelijke verlies van kapitaal. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Lezers dienen zelf onderzoek te doen of een gekwalificeerd financieel adviseur te raadplegen voordat zij beleggingsbeslissingen nemen.



Opmerkingen